39 procent van de jongeren kan niet goed lezen

39 procent van de jongeren kan niet goed lezen

Afgelopen week kwam de NOS met een cijfer dat er flink inhakte: 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen leest niet goed genoeg om op school mee te komen. Deze cijfers komen niet uit een kleinschalig onderzoek, maar uit het internationale PISA-onderzoek naar leesvaardigheid. Hiervoor werden ruim 6.600 leerlingen van 177 scholen in Nederland digitaal getoetst.

Dat zoveel jongeren moeite hebben met leesvaardigheid in het Nederlands is niet alleen een probleem voor het vak Nederlands. Het raakt vrijwel ieder vak en daarmee het hele onderwijs.

De dalende leesvaardigheid is het echte nieuws

Uit het PISA-onderzoek van 2018 bleek dat een kwart van de Nederlandse 15-jarigen het minimale leesniveau niet haalde. In het onderzoek dat in 2023 verscheen, was dat bijna een derde. Inmiddels gaat het om 39 procent.

Dat percentage is op zichzelf al alarmerend, maar vooral de richting waarin de leesvaardigheid zich ontwikkelt, is zorgelijk.

Wie op een school werkt, herkent het patroon waarschijnlijk direct. Leerlingen op het vwo scoren gemiddeld beter dan leerlingen op het vmbo. Kinderen van hoogopgeleide ouders lezen gemiddeld beter en jongens blijven achter bij meisjes. De verschillen die dagelijks in de klas zichtbaar zijn, komen duidelijk terug in het PISA-onderzoek naar leesvaardigheid.

Staatssecretaris Judith Tielen wil bij de volgende meting betere resultaten zien en komt dit najaar met een concreet actieplan. Sinds dit schooljaar werken scholen in het voortgezet onderwijs bovendien met vernieuwde kerndoelen voor Nederlands en rekenen, waarin extra aandacht is voor leesvaardigheid.

Leesvaardigheid is geen vak, maar een voorwaarde

Wanneer tegenvallende leescijfers in het nieuws komen, verschuift het gesprek al snel naar het vak Nederlands. Het gaat dan over leesmethoden, kerndoelen en meer tijd voor literatuur. Dat is echter een veel te smalle benadering.

Een leerling die een tekst onvoldoende kan doorgronden, loopt niet alleen vast bij Nederlands. Diezelfde leerling heeft moeite met een verhaaltjessom bij wiskunde, een bronnenvraag bij geschiedenis, een opdrachtbeschrijving bij biologie en de examenteksten van vrijwel ieder vak.

Leesvaardigheid in het Nederlands ligt onder het hele curriculum. Het is geen afzonderlijk deelprobleem dat binnen één lokaal kan worden opgelost, maar een basisvoorwaarde om onderwijs te kunnen volgen.

Leesvaardigheid oefenen vraagt om tijd en begeleiding

Vraag een willekeurige teamleider wat leerlingen met een zwakke leesvaardigheid nodig hebben en je krijgt waarschijnlijk een verrassend nauwkeurig antwoord: vaker lezen, oefenen in kleine groepen, begeleiding krijgen, werken met passende teksten en regelmatig controleren of de inhoud echt wordt begrepen.

Het ontbreekt scholen meestal niet aan inzicht. Het ontbreekt aan tijd en capaciteit.

Een docent Nederlands met acht klassen heeft geen ruimte om drie keer per week met groepjes van vier leerlingen begeleid te lezen. Een mentor kan signaleren dat een leerling achterloopt, maar wat gebeurt er daarna?

Een nieuw actieplan levert niet automatisch de extra mensen op die nodig zijn om leerlingen structureel te begeleiden. Leesvaardigheid oefenen vraagt om herhaling, persoonlijke aandacht en voldoende capaciteit. Dit structurele probleem vraagt daarom om een structurele aanpak, niet alleen om nog een tijdelijk project of actieplan.

Van losse interventies naar een systeem voor leesvaardigheid

Scholen hebben geen behoefte aan een nieuw leesvaardigheidssysteem dat vooral extra administratie oplevert. Wat wel nodig is, is een schoolbrede en praktische werkwijze waarin leerlingen regelmatig kunnen oefenen en docenten worden ondersteund bij de uitvoering.

Uit ons werk met meer dan vijftig scholen in het voortgezet onderwijs zien we dat effectieve aanpakken zelden spectaculair zijn. Juist een aantal relatief eenvoudige principes maakt het verschil:

  • Klein en frequent: korte, regelmatige leesmomenten in kleine groepen werken beter dan bijvoorbeeld één losse projectweek over lezen.
  • Vakoverstijgend: de leesstrategieën die leerlingen bij Nederlands, geschiedenis, biologie en wiskunde nodig hebben, vragen elk om gerichte aandacht.
  • Vroeg signaleren: ingrijpen in de onderbouw is aanzienlijk effectiever dan problemen proberen te herstellen in het examenjaar.
  • Extra handen, geen extra taken: de vakdocent houdt de regie, maar de uitvoering hoeft niet volledig op zijn of haar bord te liggen.
  • Zichtbare vooruitgang: leerlingen die merken dat hun leesvaardigheid verbetert, blijven gemotiveerder en haken minder snel af.

Een goed systeem voor leesvaardigheid bestaat dus niet alleen uit toetsen en resultaten bijhouden. Het zorgt er vooral voor dat leerlingen vaak genoeg kunnen oefenen en op het juiste moment passende begeleiding krijgen.

Hoe DBS Educatie kan helpen bij leesvaardigheid

DBS Educatie helpt scholen niet met een nieuwe leesmethode. Wij leveren de extra capaciteit die nodig is om leerlingen daadwerkelijk te begeleiden.

De focus ligt daarbij op vakinhoudelijke ondersteuning. Geen algemene hulp, maar begeleiding bij het vak waarop een leerling vastloopt. Bij Nederlands kan dat gaan om tekstbegrip, woordenschat en leesstrategieën. Maar net zo vaak zit de blokkade ergens anders: een leerling begrijpt de vraagstelling niet goed, mist belangrijke informatie in de tekst of interpreteert de context verkeerd.

Juist tijdens begeleiding in kleine groepen komen zulke problemen naar boven. In een klas met dertig leerlingen blijven ze vaak onzichtbaar.

Leesvaardigheid oefenen tijdens huiswerkbegeleiding

Huiswerkbegeleiding speelt bij het verbeteren van leesvaardigheid een grotere rol dan vaak wordt gedacht. Leerlingen die moeite hebben met lezen, gaan teksten gemakkelijk vermijden. Ze slaan een uitleg over, lezen een opdracht slechts gedeeltelijk of gokken wat er van hen wordt gevraagd.

In een begeleide huiswerkklas gebeurt het tegenovergestelde. De leerling wordt gestimuleerd om de tekst daadwerkelijk te lezen en er wordt gecontroleerd of de inhoud goed is begrepen. Dat gebeurt structureel, meerdere keren per week en in kleine groepen.

Precies die regelmaat is nodig om leesvaardigheid te oefenen en vooruitgang mogelijk te maken.

Leesvaardigheid verbeteren is een verantwoordelijkheid van de hele school

De uitkomsten van het PISA-onderzoek maken duidelijk dat afwachten geen optie is. Die 39 procent is geen cijfer dat over drie jaar vanzelf lager zal zijn. Tegelijkertijd is het ook geen probleem waar scholen machteloos tegenover staan.

Door leesvaardigheid vakoverstijgend te benaderen, leerlingen vroeg te ondersteunen en voldoende begeleidingscapaciteit beschikbaar te maken, kan een school wel degelijk verschil maken.

Wil je weten hoe DBS Educatie jouw school kan ondersteunen bij het verbeteren van de leesvaardigheid? Neem contact met ons op voor een vrijblijvende kennismaking.

Deel dit bericht: